Sign in to save your progress, vote, and build your own decks.Sign in
Spanish words day 1
39 cards·by Lara
ontkennen, weigeren
negar
ontkennend, negatief
negativo -a
de ontkenning, de negatie
la negación
de informatie, de gegevens
la información
de gegevens
las informaciones
bevestigend
informativo -a
verslag uitbrengen/ berichten over X, op de hoogte stellen van X
informarse (sobre/de X)
het verslag, de inlichting
el informe
de reportage
el reportaje
schrijven, opstellen
redactar
de censuur
la censura
de materie, het onderwerp
la materia
de zaak
el asunto
handelen over X
tratar de X
het boek handelt over de oorlog
el libro trata de la guerra
het gaat over de oorlag
se trata de la guerra
aansnijden, benaderen
abordar
bekritiseren, kritiek leveren op
criticar (c/qu)
uitleggen
explicar (c/qu)
verwijzen naar X (refereren aan X, slaan op X)
referir(se) a X (ie, i)
de discussie
la discusión
op de hoogte zijn
estar al corriente
beginnen bij/ met
comenzar por + información. (z/c)
hij verklaarde allereerst
comenzó por decir
aanstippen, aanhalen, aangeven, noteren, richten
apuntar
Hij gaf aan hoe belangrijk zijn werk was
Apuntó la importancia de su labor
verduidelijken, verhelderen
aclarar
illustreren, verduidelijken
ilustrar
de illustratie, verduidelijken
la ilustración
illustratief, verduidelijkend
ilustrativo -a
de samenvatting
el resumen
samenvatten
resumir
summier, beknopt, bondig
sumario - a, somero -a
de samenvatting, het vooronderzoek
el sumario
doen uitkomen
hacer resaltar
het symbool
el símbolo
symbolisch
simbólico - a
X toevoegen (aan Y), X vermengen (met Y), X onderbrengen (bij Y)
incorporar X (en/a Y)
de opname, inlijving
la incorporación